Volgens
de Brandweerwet 1985 zijn de taken van de brandweer formeel: “het voorkomen,
beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, voorkomen en
beperken van ongevallen bij brand, het beperken van brandgevaar en al hetgeen
daarmee verband houdt en het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en
dieren bij ongevallen anders dan bij brand.”
Minder formeel gezegd: de taken van de brandweer zijn
(uiteraard) het redden van mens en dier, het blussen van brand en het verlenen
van hulp. Redden gaat vóór alles. Door de specialistiche uitrusting, de
24-uursparaatheid en de aanwezige kennis, speelt de brandweer ook een (hoofd)rol
bij het verlenen van allerhande (technische) hulp. Daarbij moet gedacht worden
aan:
Verhelpen
en bestrijden van wateroverlast
Bevrijden
van beknelde verkeersslachtoffers
Optreden
bij ongevallen met gevaarlijke stoffen
Redden
van dieren in nood zoals een koe of paard uit een sloot
Opheffen
van gevaarlijke situaties bij storm en verhelpen van stormschade
Redden
van drenkelingen
Reinigen
van wegen na een ongeval
Enz, enz, enz, enz.
Al die activiteiten, die vallen onder het “uitrukken”,
behoren tot de zogenoemde “repressieve taak”.
De brandweer is inmiddels uitgegroeid tot een
professionele hulpverleningsorganisatie, die meer taken kent dan “het
uitrukken”.
Zo vormt de brandweer vandaag de dag de kern van de
bestrijding van grootschalige ongevallen en rampen. Met een regionale
organisatiestructuur en speciaal (o.a. door het rijk beschikbaar gesteld)
materieel, dat verdeeld is over daartoe aangewezen en geschikte gemeentelijke
korpsen, kan iedere gemeente een “boven-normaal”incident zonder meer aan.
Nieuwbouwplannen worden op bereikbaarheid en
brandveiligheid getoetst door preventiespecialisten. Deze “preventieve taak”
behelst ook het geven van brandveiligheidsadviezen, het controleren van gebouwen
en het voorschrijven van voorzieningen, zoals een automatische
brandmeldinstallatie.
Uiteraard is het nodig dat de brandweer zich
voorbereidt op het uitrukken. Voorbeelden van de “preparatieve taak”zijn het
regelen van bluswatervoorzieningen, zoals brandkranen en het maken van
aanvalsplannen, die bij brand snel een beeld geven van een gebouw. En
natuurlijk horen opleidingen en oefeningen daarbij.